

Uit: Putte Sint-Niklaas. Korte geschiedenis van kerk en kapellen
(Uit een boekje verkregen via de pastoor; auteur werd niet vermeld)
Korte geschiedenis van de Putse Sint Niklaaskerk
Nog voor Putte in 1265 als parochie Sint Niklaas-Waver werd vermeld, is er sprake van een eerste bedehuis, dat gelegen was aan het kruispunt van de Leuvense en de Mechelse baan. Maar wanneer juist de Sint Niklaaskerk in het huidige dorp is gebouwd, is niet met zekerheid gekend.
In 1611 tekende de toenmalige Putse pastoor, Nicolaus Vrancken, op, dat het oude archief bijna geheel was verloren gegaan tengevolge van de troebele tijden. Doch, voortgaande op een 19de eeuwse foto van de oude Putse kerk, zou het een 14de eeuws bouwwerk zijn geweest.
Hoe die parochiekerk er van buiten uitzag? Een beschrijving is er in de oude dokumenten niet van overgebleven. We kunnen ze in onze inbeelding zien als een betrekkelijk kleine en smalle kerk met een spitse toren in eenvoudige Brabantse gotiek, voldoende ruimte biedend voor de enkele honderden Putse kerkgangers, die er op de zondagen en de vele toenmalige feestdagen naar de Mis kwamen. Deze gotische kerk zou ongewijzigd blijven tot na 1600. Van dan af werden verschillende stukken vernieuwd of bijgebouwd tot en met de vergroting in 1779.
En het interieur van deze kerk? Als men door de grote deur onder de toren aan de westzijde de kerk binnenkwam, zag men de lege ruimte van het middenschip voor zich. Door de smalle, hoge boogvensters viel het schaarse licht naar binnen. Banken of stoelen stonden er aanvankelijk niet in. Bij gelegenheid van een plechtige begrafenis of een groot huwelijk, werd de vloer met stro of biezen bedekt. Aan de pilaren stonden kleurrijk geverfde houten heiligenbeelden.
Vooraan prijkte het hoogaltaar met zijn geschilderde retabel (= Versierde opbouw achter het altaar )en zijn fraaie koperen kandelaars. Er waren geen biechtstoelen, er brandde geen godslamp en er was waarschijnlijk ook geen preekstoel. Vier altaren maakten de rijkdom van deze kerk uit. Wij weten, dat één ervan aan O.L.Vrouw was toegewijd, één aan St. Anna en één aan de H. Nicolaus. Waarschijnlijk stonden deze altaren tegen de kerkzuilen aangebouwd.
In het spitse torentje hingen drie klokken. In de schaduw van kerk en toren, onder de ruisende bomen, rustten de gestorven Puttenaars in hun eenvoudige graven op het met een gracht omgeven kerkhof. De rijken hadden hun graf en hun gedenksteen in de kerk, zoals ook de gestorven priesters en pastoors.
Later, in de 18de eeuw, werd een verbod uitgevaardigd door Jozef II, de bekende keizer koster, om nog langer in de kerk te begraven. Deze bouw bleef ongewijzigd tot na 1600. Van dan af werden verschillende stukken vernieuwd of bijgebouwd tot en met de vergroting in 1779. Putte en dus ook het kerkgebouw had in de tweede helft van de 16de eeuw erg te lijden gehad tijdens de Geuzentroebelen en de oorlogsgruwelen. De kerk was vervallen, de altaren, alsook verschillende beelden waren geschonden. De toenmalige pastoor Vrancken ijverde moedig om dit alles te laten herstellen, alsook voor het bouwen van een nieuwe toren om de kerk. De Puttenaars waren gul en vrijgevig om hem bij dit werk te steunen. In 1614 was dit werk klaar. Deze toren, die niet hoog was, maar fraai en sierlijk, bleef staan tot aan de bouw van de huidige kerk eind 19de eeuw. Hij was zo stevig, dat hij de binnenbouw is geworden van de huidige toren. In de tweede helft van de 19de eeuw was men tot de vaststelling gekomen, dat de oude kerk te klein was voor de 3500 zielen van Putte.
In 1878 werd door de toenmalige pastoor Huysmans aan de kerkraad voorgesteld een gans nieuwe kerk te bouwen. Uiteindelijk, op 14 maart werd de aanbesteding gehouden en aan aannemer Petrus De Bie van Putte de bouw van de nieuwe kerk toegekend. De eerste steen werd gelegd op 2 juli 1891 en de nieuwe kerk, met haar 62 meter hoge toren, werd op 14 oktober 1894 door Kardinaal Aerts – bisschop Lambertus Goossens gewijd. Dan moest ze van binnen nog worden toegerust. De vier biechtstoelen in 1787 en 1789 geleverd dor schrijnwerker Pieter de Noter uit Walem bleven bewaard. Pastoor Huysmans zelf schonk in 1911 en nieuw eiken hoofdaltaar, gebeeldhouwd door P. Roemaet uit Leuven.
In 1897 werd een eiken communiebank geplaatst en P. Roemaet leverde in 1900 een eiken preekstoel, alles in neo-gotische stijl. De gipsen kruisweg werd door verschillende schenkers aangeboden, alsook de prachtige gebrandschilderde glasramen. In 1898 verving een modern orgel, gebouwd door de firma Stevens uit Duffel, het oude instrument. In 1889 werd een nieuwe begraafplaats aangelegd aan de Lierbaan en het oude kerkhof werd ontruimd. Gedurende de tweede wereldoorlog werden, tijdens de beschieting van het dorp, talrijke huizen verwoest. De kerktoren bleef gelukkig gespaard, alhoewel de onderste glasramen vernietigd waren. Onder pastoor Michiels werden deze door moderne glasramen vervangen.
De Duitse bezetter eiste in 1943 de klokken op. Pastoor de Keersmaecker slaagde er echter in ze met de hulp van enkele flinke mannen gedurende negen maanden te verbergen. Ze werden echter ontdekt en naar Hamburg in Duitsland overgebracht. Na de bevrijding konden ze weerkeren.
In 1945 werd door een plechtige optocht, hulde en dank gebracht aan O.L.Vrouw van de Bremkapel, die Putte zo bijzonder had beschermd tijdens de oorlogsjaren. In de zestiger jaren diende van overheidswege de kerk aangepast te worden aan de vernieuwde liturgie. Pastoor W. Doms liet het misofferaltaar naar voor brengen. Daarvoor diende de preekstoel afgebroken te worden. Dit gebeurde op 5 juli 1967. Het nieuwe altaar werd voor het eerst in gebruik genomen in de avondmis op zaterdag 12 augustus 1967; de oude kerkstoelen werden vervangen door nieuwe en meer komfortabele zitplaatsen.
Spijtig is sinds enkele tientallen jaren het orgel buiten gebruik en wordt het vervangen door een harmonium. Toch is de Putse Sint Niklaaskerk één van de mooiste uit de omgeving en bezit ze uit de loop van haar geschiedenis nog enkele waardevolle kunstschatten.
Korte geschiedenis van de Bremkapel
Aan de straatweg van Putte naar Koningshooikt op een kwartiertje afstand van de parochiekerk, stond tot 12 oktober 1967 de Putse Bremkapel. Een oude legende verhaalt van een schaapherder, die op het feest van Petrus en Paulus op 29 juni, bij het vallen van de avond voorbij een houten kruis kwam, dat in de nabijheid stond van bremstruiken. Terwijl de avondklok luidde, hoorde de herder de stem van onze Hemelmoeder, die hem vroeg, daar ter plaatse een kapel te bouwen en er het beeldje in te plaatsen, dat naast het kruis in de bremstruiken verborgen lag.
De herder vond het beeldje en nam het mee naar huis. De volgende morgen echter was het verdwenen en die avond vond de herder het weer in de struiken. Nu was het voor hem duidelijk, het beeldje moest op die plaats blijven. Hij ijverde voor een kleine kapel en het Mariabeeldje werd daar dan ook door het vrome volk vereerd.
Een andere lezing spreekt van spelende kinderen, die het beeldje vonden als ze braambessen of brembloesem gingen plukken. Ze namen het mee naar huis om er mee te spelen. De ouders echter zetten het liever op een ereplaats in hun huis, maar het verdween op een geheimzinnig wijze. Het werd weer teruggevonden in de bremstruiken, waar dan later de kapel verrees.
Tot zover de legende.
De verering van Maria in deze kapel is echter zeer waarschijnlijk in verband te brengen met de heersende pestepidemieën in de 15de en de 16de eeuw. Op voornoemde plaats stond er in de 16de eeuw een tamelijk grote houten kapel. Maar de toeloop van de bedevaarders, ook uit de omliggende gemeenten, nam aanzienlijk toe, zodat de kapel te klein werd. Het was pastoor Balthazar Van den Brande, die een grotere kapel liet oprichten.
In 1686 werd zijn plan verwezenlijkt. Het jaartal stond te lezen op de stenen omlijsting van de kapeldeur.
De Bremkapel werd afgebroken in het jaar 1967. Ze was bouwvallig en op een gevaarlijk kruispunt gelegen.
Het Mariabeeldje werd overgebracht naar het zijaltaar in de Sint Niklaaskerk. Daar prijkt het in een schrijn boven op het altaar van O.L.Vrouw. Iedere vrijdag heeft er, tot op heden toe, nog de Kapelmis plaats, die druk door de bevolking wordt bijgewoond. De Putse bevolking heeft een grote verering voor O.L.Vrouw van de Bremkapel.
Oorspronkelijk moeten er op het huidige grondgebied van Putte ten minste twee kleine bevolkingskernen zijn geweest.
Daarop schijnen de twee kapellen te wijzen: de vroegere kapel van O.L.Vrouw op de tweesprong van de baan naar Lier en naar O.L.V. Waver en de kapel van St. Niklaas aan het kruispunt van de wegen naar Mechelen en Heist op den Berg. In de nabijheid van de St. Niklaaskapel werden bij graafwerken talrijke graven van volwassenen en kinderen blootgelegd. Er is dus een oude begraafplaats geweest.
In de St. Niklaaskapel stond een klein altaar, alsook het houten beeld van St. Niklaas, thans op de pastorij berustend.
In het jaar 1964, onder pastoor Michiels, is deze kapel afgebroken. In de plaats daarvan werd in de zijmuur van het huis nr 507 een moderne kleine kapel opgericht.