Vormsel :

Bij het vormsel,wordt de vormeling gezalfd met heilige olie en de handen opgelegd.
Het is het laten ontvangen van de Heilige Geest door de vormeling.
De vormeling wordt zo bevestigd, verstevigd in het geloof. Tegenwoordig wordt het vormsel op ongeveer 12 of 13 jarige leeftijd gegeven, een leeftijd dat de kinderen zelf in staat geacht worden te kiezen of zij willen geloven of niet.
"Het kind wordt - na zijn doopsel, na zijn eerste communie en gedurende zijn ganse kinderleven - herhaaldelijk uitgenodigd zijn geloof te belijden. Nu spreken de vormelingen meer bewust hun geloofsbelijdenis uit. Daarmee beamen zij het geloof van de Kerk, waarin zij vroeger gedoopt werden " (Geloofsboek, p. 106)
Het vormsel wordt toegediend door de bisschop, of een door hem, voor die gelegenheid, gemachtigd priester.

 

Karel Dobbelaere, Lambert Leijssen en Michel Cloet ed.

Het vormsel: een omstreden sacrament. In Vlaanderen wordt het officieel verbonden met een plechtige herdenking van het doopsel en een geloofsbelijdenis. Voor de meesten betekent het vormsel een overgangsritueel, een toegangsticket tot de wereld van de volwassenen met alle daaraan verbonden voordelen, zoals horloge, bankrekening, vooraan in de auto zitten... Er zijn er die het beleven als een "volwassen engagement" in de Kerk, voor anderen is het een "tot ziens" of een adieu aan de Kerk.
Was het vroeger anders? In deze bundel met bijdragen van historici, sociologen en theologen wordt aangetoond dat het vormsel, zoals wij dat nu kennen, een recent verschijnsel is. Pas in de 19e eeuw slaagde de Kerk erin het sacrament aan belang te doen winnen. Na het tweede Vaticaans Concilie kreeg het langzaam zijn huidige vorm en betekenis.
Deze bundel benadert het vormsel vanuit verschillende invalshoeken. Het resultaat: een boeiende doorlichting, waaruit blijkt dat het vormsel als overgangsritueel nog toekomst heeft. In een kerkgemeenschap die wordt opgevat als een open volkskerk, biedt het vormsel de pastoraal nieuwe perspectieven. Mits een juiste aanwending van catechese en liturgie kan dit sacrament aangegrepen worden als een kans tot verdere evangelisering, zowel van jongeren als van volwassenen.


    "Is het doopsel het sacrament van Pasen, dan is het vormsel het sacrament van Pinksteren. Op die dag drijft de Geest de apostelen naar buiten. Zo ontvangen de vormelingen de zeven gaven van de Geest om hun verantwoordelijkheid in een missionaire kerk op zich te nemen. Vormen komt van vromen: sterk en krachtig maken om deel te nemen aan de zending van Christus.

    Zoals de catechisten hen hebben voorgeleefd bij de voorbereiding op het vormsel, zo zullen zij nu op hun beurt mensen rond Christus moeten samenbrengen en een kerkgemeenschap opbouwen." (Geloofsboek, p. 107)

    Kinderen worden gevormd in de parochie waartoe hun ouders behoren. Wanneer dit niet de parochie is waar de ouders feitelijk wonen, zullen zij de toelating vragen van de pastor of van de parochiale verantwoordelijke voor catechese in de parochie waar ze wonen. Om toegelaten te worden tot de vormselvoorbereiding is het nodig katholieke godsdienst te volgen op school vanaf het eerste leerjaar, of ten minste vanaf de eerste communie.

    Ouders moeten goed begeleid worden om tot een verantwoorde, persoonlijke keuze te komen bij het vormsel van hun kind. Daartoe zullen van bij de aanvang de eisen voor de af te leggen weg nauwkeurig dienen omschreven te worden, ouders zullen zo intens mogelijk betrokken worden bij de voorbereiding op het vormsel, zowel door ouderavonden, catechesesamenkomsten als door vieringen. Een degelijke ouderbegeleiding veronderstelt een ernstig catechetisch aanbod waarin zowel de betekenis van het vormsel als het eigen geloven ter sprake komt: waardenopvoeding en gebedsbegeleiding, maar ook de concrete inhoud van de kinderbijeenkomsten kunnen de inhoud uitmaken van de oudervergaderingen.

    De vormselviering zelf dient in het verlengde te liggen van de vormselvoorbereiding. Men zal trachten de jongeren zelf, hun ouders, familie en heel de parochiegemeenschap actief te betrekken bij de viering.

    Ook de taak van de vormselpeter en de vormselmeter moet duidelijk benadrukt worden. Die peter en meter kunnen ouders of familieleden zijn, catechisten of de peter of de meter van bij het doopsel, ofwel iemand uit de gemeenschap die een band heeft met de vormeling ofwel de volwassene die de vormeling tijdens zijn voorbereiding volgde.

    Het vormsel is meer dan het gebeuren van één dag. Het ideaal zou zijn dat de vorming naar christelijke volwassenheid zou voortgezet worden in dezelfde gemeenschap waarin de voorbereiding plaats vond. Dit gebeurt meestal in de pluswerking. Daar kunnen speelse bijeenkomsten worden georganiseerd onder de leiding van jongvolwassenen en volwassenen rond levensthema's, die in een bezinnende sfeer gebracht worden.

    Terug naar de startpagina