De pastoor van Putte deed een prachtig gebaar door aan twee Mechelse kunstenaars de gelegenheid te bieden in samenwerking een religieus kunstwerk in classistische stijl tot stand te brengen, dat heden nog onze bewondering afdwingt.
De beide kunstenaars, die de Putse biechtstoelen hebben gemaakt, zijn Pieter Frans de Noter en beeldhouwer Jan Frans van Geel.
Feitelijk zijn eerst twee biechtstoelen in november 1787 en de twee andere in 1789 afgeleverd; bij deze laatste meubelen ontbraken echter de beelden.
De beeldhouwwerken van de laatste twee biechtstoelen werden niet door Van Geel vervaardigd, hoewel hij daartoe door contract was verplicht.
Kunstcritici hebben dan ook aanstonds het verschil van opvatting en uitwerking bemerkt tussen het werk van Van Geel en dat van een ander beelhouwer uit de 19e eeuw.
de biechtstoelen hebben iets van de Renaissance-triomfboog in drieledige verdeling en zijn zeer architecturaal opgevat.
De totale afmeting van ieder der vier biechtstoelen is ongeveer 3 m bij 3 m.
De beelden meten pl.m 1.50m en zijn dus iets minder dan levensgroot.
Deze beelden omgeven het middelvak, n.l. het deurtje, dat toegang verleent tot de zetel van de biechtvader.
De kroonlijst, die het geheel van boven afsluit, wordt in het midden onderbroken door een nis met buste van een der vier evangelisten, waaronder een der symbolen, n.l. de vier gevleugelde dieren, volgen de allegorische interpretatie van Apokalypsis 4, Ezekiël 1.5 en Isaias 6.2.
Het aanbrengen van de beeltenissen en symbolen der evangelisten is echter enigszins buiten het verband, waar het gaat over biechtstoelen.
Men zou hier hebben moeten blijven in de symboliek van boete en berouw, zoals dat met de beelden het geval is.
![]() |
Onder de buste van de evangelist Mattheus op de eerste biechtstoel is een engelkopje afgebeeld als symbool. De beelden zijn die van Maria Magdalena, herkenbaar aan de zalfpot die aan haar voeten staat, en van de Verloren Zoon in schamele kleren en vergezeld van een varken, in overeenstemming met de evangelische parabel, volgens Lukas 15. Deze twee figuren, als typische voorbeelden van de boetvaardigheid, stemmen de zondaar ook tot boetvaardigheid, wanneer hij zijn zonden komt belijden in de biechtstoel. |
|---|---|
![]() |
De tweede biechtstoel draagt in het fronton de beeltenis van Markus, waaronder een gevleugelde leeuwenkop. Het middendeurtje is omgeven door twee hermenbeelden, die allegorische figuren uitbeelden, nl. het berouw: een uitgemergelde, treurende vrouwenfiguur, treffende weergave van de berouw-en boetegevoelens; de hoop: een ten-hemel-blikkende jonge vrouw, met het anker van de hoop en een tekstbanderolle, waarop de woorden gegrift staan: "In te Domine speravi" : in U, Heer, heb ik mijn hoop gesteld. |
|
De buste van Sint Lukas bekroont de derde biechtstoel en daaronder staat de gevleugelde kop van een stierkalf. De beelden stellen voor: David, de koninklijke boeteling en psalmenzanger met de koningskroon op het hoofd en de harp in de hand; Maria Aegyptica, de bekende Alexandrijnse zondares en boetelinge. Deze beelden en de volgende zijn niet het werk van J.F. van Geel , zoals zal aangetoond worden. |
![]() |
Een gevleugelde aderlaarskop met daarboven de buste van de vierde evangelist, Johannes, vormen de bovenversiering van de laatste biechtstoel. Johannes wordt ook hier onder de trekken van een jongeman afgebeeld, zoals het in de iconografie gebruikelijk is, al leert de geschiedenis, dat hij de oudste werd van alle leerlingen en evangelisten. De beelden van deze biechtstoel zijn die van de grote apostelen Petrus en Paulus. De Prins der apostelen behoort tot de rij der boetelijngen; ten overvloede staat hij hier niet alleen afgebeeld met de twee sleutels van het godsrijk, maar tevens met de haan, om te herinneren aan het verraad tijdens de lijdensnacht. Paulus is geen boeteling, wel een bekeerling; hij zal hier voornamelijk opgeroepen zijn als tegenhanger van Petrus. |
Een inventaris van de kerkmeubelen en ornamenten te Putte, opgemaakt 18 december 1883 door pastoor J.F. Huysmans, beschrijft de biechtstoelen als volgt: " Vier eikenhouten biechtstoelen. De eerste met de beelden van der Verloren Zoon en Maria Magdalena, boven de deur het borstbeeld van eenen Evangelist. de tweede met de beelden de Hoop en het Berouw en het borstbeeld van een evangelist. de derde met de beelden van de HH. Petrus en Paulus , en een borstbeeld van den H Joannes. De vierde met de beelden van David en van de H. Maria van Egypte en het borstbeeld van de H. Lucas. de vier laatste beelden en de twee laatste borstbeelden zijn vervaardigt door M.Geedts . In de kerkrekeningen over de jaren 1824 en 1825 is er ook sprake van het aankopen der beelden. Hebben die beelden eerst gestaan in de kerk van de H. Dymphna te Geel?
Uit de oude kerk zijn nog overgebleven de voorpanelen in houtsnijwerk van de koorbanken, die thans in het koor staan; die banken zelf zijn modern,. Deze voorpanelen zijn de overblijfselen van het " gestoelte", dat in 1669 in de kerk werd geplaatst. De drie altaren, de beelden , de preekstoel enz. zijn alle in neo-gotische stijl en werden aangekocht op het einde van de 19de en in het begin van de 20ste eeuw. Het is atelier-werk.