Beelden en Kazuivels

 

 

In de bijsacristie staat nog een interessant kunstwerk: een 1 meterhoog beeld van Sint Niklaas met aan zijn voeten de drie knapen in een kuip, volgens de bekende legende. De heilige is uitgebeeld in bisschoppelijke toga en telkens als het beeld in de processie werd meegedragen, werd het opgetooid met alba, stola en koorkap.
Op de rug van het beeld staat geschilderd: F 1644,R 1827, p 1903. Wij interpreteren: Facta ( gemaakt) 1644; Restaurata ( hersteld) 1827; Picta ( geschilderd) 1903. Dit komt ook overeen met de gegevens uit de kerkrekeningen.
 
Uit de oude kerk zijn nog overgebleven de voorpanelen in houtsnijwerk van de koorbanken die thans in het koor staan; de banken zelf zijn modern.
Deze voorpanelen zijn de overblijfselen van het "gestoelte", dat in 1669 in de kerk werd geplaatst.
De 3 altaren, de beelden, de preekstoel enz. zijn alle in neo-gotische stijl en werden aangekocht op het einde van de 19de en in het begin van de 20ste eeuw.
 
  In de sacristie treffen we nog 1 schilderij aan, hoog 1,68 en breed 0,98 m;, in vrij goede staat, maar zeer duister gewrden tengevolge van de laag vernis. Dit schilderstuk stelt voor: een landschap met bomen. gaat er misschien onder de laag vernis nog iets van een bijbels tafereel schuil? Dit doek hing vroeger in de pastorie.

Het meest waardevolle van de liturgische gebruiksvoorwerpen is wel het driestel in rood fluweel. De erbij behorende koorkap werd enige jaren geleden gestolen in is nog niet teruggevonden.De kazuifel en de andere gewaden zijn van verschillend maaksel. het rijke borduurwerk van de kazuifel is arcitectonisch verdeeld in nissen en gewelven, naar vroeg 16de eeuwse trant.

 

kazuivel uit de 17de eeuw
De voorzijde geeft taferelen uit het leven van Maria te zien : de Boodschap en het Bezoek aan Elisabeth.
de achterzijde heeft in het kruispunt der kruisbalken de bekende anna-ten-drieën , n.l. de H. Anna met op de ene knie Maria en op de andere het Kind Jezus;
Joachim & Maria van Albrecht Durer
daaronder staan nog de ontmoeting van Joachim en Anna en de verschijning van de engel aan Joachim. Deze laatste twee afbeeldingen volgens het oprokriefe protevangelie van Jacobus, hoofdstuk 4. Beide genoemde voorstellingen komen onder meer voor in het beroemde Maria-leven van Albrecht Dürer ( 1471-1582).