Priesterschap :

is voorbehouden aan een ongehuwde man.
De priester neem deel aan het ene priesterschap van Christus.
De priester moet celibatair leven, hij mag niet huwen of een andere seksuele relatie onderhouden. De reden is dat de priester, die dagelijks het Lichaam van Christus in zijn handen heeft, zijn gehele leven aan God geeft, zich rein dient te houden naar lichaam en geest.
Doordat hij zich (zoveel als een mens is gegeven) probeert rein te houden en al zijn tijd voor God geeft, geeft hij ook al zijn tijd aan zijn medemensen in oprechte, belangeloze liefde. Don Bosco heeft meermalen gezegd:
"Een priester heeft in de hemel tijd om te rusten, maar op aarde moet hij werken".
Een priester heeft zich vrijgemaakt van zoeken naar persoonlijk gewin, eigenbelang en het dienen van tijdelijke belangen in de wereld.
Hij is er voor zijn medemensen, zoals God er ook is voor iedereen.
Een gewone priester, alhoewel bijna onderaan in de hiërarchie van de Kerk, is voor de gewone gelovige de meest belangrijke vertegenwoordiger van God en Kerk. Hij dient de (meeste) sacramenten toe en is hulp, een gids en steunpilaar voor de gelovige op zijn/haar levensweg, op weg naar God in de hemel, zowel door zijn woorden als door zijn daden.

De priester wordt door een bisschop gewijd.